Overzicht
In het Kwaliteitsbeeld komen alle pijlers van het Kwaliteitskompas voor onze zorgsector aan bod. Onze collega’s nemen je via hun verhalen mee in de invulling en reflectie op de kwaliteit van zorg.

1. Introductie
Dit is het integrale kwaliteitsbeeld van Careyn over 2024. Dit kwaliteitsbeeld is ingedeeld op basis van onze vijf strategische pijlers. We kijken in dit kwaliteitsbeeld niet alleen terug naar de behaalde resultaten maar blikken tegelijk vooruit in wat ons nog te doen staat. Dit kwaliteitsbeeld gaat nadrukkelijk over alle vormen van onze zorg- en dienstverlening; zowel in onze huizen als bij mensen thuis en is daarmee een integrale weergave van wie zijn als Careyn en wat wij doen.
Dit kwaliteitsbeeld staat vol van de mooie voorbeelden en verhalen die laten zien waar we binnen Careyn aan gewerkt hebben. We hebben tevens onze medezeggenschapsorganen – de cliëntenraad, professionele adviesraad en ondernemingsraad – uitgenodigd om expliciet onderdeel te zijn van het kwaliteitsbeeld. Dit om een compleet beeld te geven en transparant te zijn in wie wij zijn, welke uitdagingen voor ons liggen en welke dilemma’s daar soms bij spelen.

2. Wij zijn Careyn
Careyn heeft de belangrijke taak om er te zijn voor de meest kwetsbare ouderen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. Wij bieden professionele zorg en zorgen ervoor dat onze locaties geschikt zijn voor ouderen met complexe zorgbehoeften. Daarnaast ondersteunen we ouderen die nog thuis wonen maar professionele hulp nodig hebben.
Onze uitdaging is om deze zorg te blijven bieden ondanks de krappe arbeidsmarkt en het tekort aan zorgmedewerkers. Dat vraagt om een andere organisatie van het werk, inzet van nieuwe deskundigheid en ondersteuning van ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven, samen met hun naasten. Technologie speelt hierin een grote rol, net als het stimuleren van zelfredzaamheid – ook wel ‘reablement’ genoemd.
Careyn vindt het verder belangrijk dat er vanuit cliënten, medewerkers maar ook vanuit een beroepsinhoudelijke optiek wordt meegedacht en beslist in de kwaliteit van zorg, hoe deze te waarborgen en te verbeteren. De Centrale Cliëntenraad (CCR), onze Professionele Adviesraad (PAR) en de Ondernemingsraad (OR) zijn hierin belangrijke organen. In het volgende hoofdstuk komen zij aan het woord.



Onze visie
“Wij willen samen met anderen bijdragen aan een inclusieve, solidaire en duurzame samenleving, door verbindingen te leggen en ondersteuning te bieden, voor iedereen die op enig moment in het leven – tijdelijk – een verminderd vermogen ervaart om ‘een thuis’ te creëren.”
Samen is ons antwoord op de groeiende, meer complexe zorgvraag en het maatwerk dat we willen leveren. Niet alleen, maar samen met elkaar, met verwanten, met collega’s, met andere mensen in de omgeving en met andere organisaties, binnen en buiten de zorg. Die gezamenlijkheid, die verbindingen bieden heel veel kansen en kracht.
In die samenwerking willen we bijdragen, willen we van dienst zijn. We willen ervoor zorgen dat mensen zo goed mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen; dat mensen zich inclusief kunnen voelen. Ertoe doen, meedoen, van waarde kunnen zijn en blijven. In en behorend bij de samenleving.
We laten ons leiden door de vraag: ‘wat doet er voor u (nog) echt toe?!’. We hebben altijd oog voor de mens ‘erachter’ en dragen bij aan het realiseren van verlangens en behoeften, thuis, samen met naasten en dierbaren.
En dat willen we voor elkaar krijgen in een solidaire samenleving; jong voor oud, sterk voor zwak, krachtig voor kwetsbaar. Natuurlijk realiseren we ons dat we zuinig willen zijn op samenleving en mens. Dat alles wat we doen duurzaam zal zijn. We willen verspilling en onnodig werk voorkomen, aanpakken wat beter kan, ervoor zorgen dat we de wereld goed doorgeven.

Dat alles doen we, met elkaar, voor kwetsbare mensen. Mensen die – al dan niet tijdelijk – het vermogen niet hebben helemaal voor zichzelf te kunnen zorgen. Wij zetten ons in om eraan bij te dragen dat deze mensen dat zoveel mogelijk wel zelf kunnen. In een omgeving die veilig en vertrouwd is, die voelt als ‘een thuis’.
Thuis is voor iedereen anders en is ook niet altijd hetzelfde. Het is een gevoel dat los staat van een fysieke ruimte: het gaat om een veerkrachtig en betekenisvol leven, met eigen regie en zo zelfstandig en onafhankelijk als mogelijk. Dát willen wij bevorderen.
Onze kernwaarden
Careyn staat voor nabijheid, nieuwsgierigheid, geborgenheid en je bewust zijn van wie je bent en wat je voor de ander kunt betekenen. ‘Samen nabij en dichtbij elkaar zijn in de dubbele betekenis van geïnteresseerd zijn in de ander (wie is hij en wat zijn wensen en verlangens?) én geïnteresseerd zijn in het andere (hoe kan dit anders, beter?). Geborgenheid is een sleutelbegrip in onze organisatie. Is Careyn veilig en vertrouwd, kun je er jezelf zijn, je emoties laten zien en zeggen wat je denkt, voelt en wilt? We zijn ons bewust van onze betekenis voor elkaar en onze cliënten en van onze verantwoordelijkheid om het verschil te kunnen maken. We zijn ons ook bewust van de wereld om ons heen en onze verantwoordelijkheid om die goed door te geven aan onze kinderen.

Onze locaties en teams
Careyn zet zich met bijna 6000 medewerkers actief in voor 13.000 cliënten. Careyn ondersteunt cliënten thuis en in het verpleeghuis, maar ook in dagactiviteitencentra of in een hospice. Dit doen we verdeeld over vier districten cq. werkgebieden van Utrecht en de Zuid-Holland. Onze vakbekwame en betrokken medewerkers klaar om de juiste hulp en ondersteuning te bieden. Samen met andere zorgverleners, mantelzorgers en vrijwilligers. Persoonlijk en altijd nabij.
Bent u benieuwd naar alle plekken waar u ons kunt vinden? Hieronder vindt u een overzicht van alle locaties en wijkteams van Careyn.

3. De koers van Careyn in 2025
Visie en reflectie vanuit Raad van Bestuur en de medezeggenschapsraad
Chantal Beks, lid van de Raad van Bestuur van Careyn, vertelt over de koers van Careyn in 2025: “Wat trof ik aan in mei 2024 toen ik aantrad? Een organisatie die tactisch en operationeel vanuit de districten werd aangestuurd, terwijl tegelijkertijd een beweging werd gemaakt naar een Careynbrede service-organisatie. Alle teams zijn volop bezig met deze transitie naar de toekomst.
‘1000 bloemen in een keurige tuin’
Om deze beweging succesvol te maken, hebben we vertrouwen nodig: het vertrouwen om te experimenteren, fouten te maken en daarvan te leren. Dat is een belangrijk ontwikkelpunt voor de organisatie. We willen innovatie stimuleren, maar ook borgen in doordachte programma’s. Of anders gezegd: 1000 bloemen mogen bloeien, maar we willen er wel een goed verzorgde tuin van maken. We laten wantrouwen achter ons en bouwen samen aan een toekomst met lef en moed.”
De langere termijn
“Careyn heeft de belangrijke taak om er te zijn voor de meest kwetsbare ouderen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen. Wij bieden professionele zorg en zorgen ervoor dat onze locaties geschikt zijn voor ouderen met complexe zorgbehoeften. Daarnaast ondersteunen we ouderen die nog thuis wonen maar professionele hulp nodig hebben.
Onze uitdaging is om deze zorg te blijven bieden ondanks de krappe arbeidsmarkt en het tekort aan zorgmedewerkers. Dat vraagt om een andere organisatie van het werk, inzet van nieuwe deskundigheid en ondersteuning van ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven, samen met hun naasten. Technologie speelt hierin een grote rol, net als het stimuleren van zelfredzaamheid – ook wel ‘reablement’ genoemd.”
Cultuuromslag
“Deze transitie vraagt om een cultuuromslag. Bij Careyn werken toegewijde en compassievolle professionals die loyaal zijn aan hun werk en de cliënten. Zij leren nu op een andere manier te werken, en als organisatie begeleiden we hen daarin.
De verpleeghuiszorg is nu vooral georganiseerd rondom de professionele zorgmomenten, maar we voegen juist ook waarde toe buiten deze momenten. Het draait om het bewaken van de kwaliteit van leven, leven in vrijheid en respect voor iemands gewoontes en voorkeuren. Waarom zou iemand die zijn hele leven af en toe een portje drinkt, dat ineens niet meer mogen? Misschien leeft hij daardoor drie dagen langer, maar ondertussen is zijn kwaliteit van leven wel achteruitgegaan.”
Veranderopgave
“Careyn start een visietraject om te bepalen welke grote veranderingen we gezamenlijk moeten doorvoeren. We moeten meer mensen aantrekken die zich willen inzetten voor de zorg, ook als zij geen klassieke zorgopleiding hebben. Dit betekent dat we kijken naar talenten buiten de traditionele zorgsector: iedereen die een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van leven van onze cliënten.
Daarnaast is duurzame inzetbaarheid essentieel: hoe zorgen we ervoor dat medewerkers zich langdurig betrokken voelen en samen met ons de maatschappelijke uitdaging aangaan?”
Hoop en vertrouwen
“Het is belangrijk om met elkaar een hoopvolle boodschap te blijven uitdragen. We moeten niet alleen focussen op de schaarste aan medewerkers en de toenemende complexiteit van de zorg. Laten we ook de mooie en goede ontwikkelingen benadrukken, want dat helpt ons vooruit. Door vast te houden aan hoop en vertrouwen, zorgen we ervoor dat er uiteindelijk 1000 bloemen bloeien in onze goed onderhouden tuin!”
Chantal Beks
Raad van Bestuur Careyn
Reflectie medezeggenschapsorganen
van cliënten, professionele adviesraad en ondernemingsraad (CCR, PAR en de OR)
Careyn kent drie medezeggenschapsorganen; in de centrale cliëntenraad (CCR) is de stem van onze cliënten vertegenwoordigd, in de professionele adviesraad (PAR) de stem van onze professionals en de ondernemingsraad (OR) is de stem van onze medewerkers. Elke locatie kent ook een lokale cliëntenraad, waarbij lokale vraagstukken op de agenda staan.
De drie medezeggenschapsorganen hebben ieder vanuit een andere rol een belangrijke taak: de belangen van cliënten, medewerkers en professionals vertegenwoordigen. Zij praten en denken mee over de kwaliteit van zorg. Ze geven advies over dingen die belangrijk zijn voor mensen die zorg krijgen of zorg verlenen. Daarmee helpen ze om de goede dingen te doen voor cliënten én medewerkers.

CCR: kwaliteit van leven
Gerard Gerding, voorzitter centrale cliëntenraad: “Kwaliteit heeft een prijs, dat geldt ook voor de zorg die Careyn biedt. De financiële en personele middelen zijn namelijk beperkt en elke dag worden er keuzes gemaakt. De prijs is dan dat de ene keuze de andere bemoeilijkt. Voor de individuele bewoner betekent maximale eigen regie bijvoorbeeld dat er concessies aan diens veiligheid worden gedaan. Op huisvestingsgebied leidt een keuze voor veel vierkante meters per appartement bij gelijkblijvende zorgtarieven tot bezuinigen op medewerkersuren. Dat is niet leuk, maar wel de realiteit.

Met die realiteit heeft de Centrale Cliëntenraad ook geworsteld in zijn advies over het bestuursbesluit ‘Huisvesting op koers’. Daarin geeft de Raad van Bestuur aan welke locaties de komende jaren voor nieuwbouw of renovatie in aanmerking komen. Het vastgoed van Careyn kan op veel plekken wel een kwaliteitsimpuls gebruiken, maar alles tegelijkertijd aanpakken is onbetaalbaar. Dat onderkent ook de CCR. Juist daarom was het voor de CCR – en dat was in het verleden helaas wel anders – belangrijk om goed te zijn meegenomen in het afwegingsproces dat de Raad van Bestuur op dit gebied heeft doorlopen. De CCR heeft die openheid en de mogelijkheden om mee te denken zeer gewaardeerd. Een duidelijke en gedetailleerde afwegingsmatrix was daarbij een onmisbaar hulpmiddel om van een longlist met negen locaties terug te schakelen naar een shortlist van vier locaties. Die leidde tot een positief advies, in het volle besef dat de gemaakte keuzes teleurstellend uitpakken voor locaties die heel begrijpelijk ook graag een nieuw gebouw of een stevige renovatie willen en de komende tien jaar buiten de boot vallen.

Daarbij tekent de CCR aan dat de uitwerking van de plannen natuurlijk in nauw overleg met de cliëntenraden van de betrokken locaties moet plaatsvinden. En dat de Raad van Bestuur over zijn besluit open met alle betrokken locaties moet communiceren. Maar dat komt ongetwijfeld in orde. Hoe dan ook: in 2025 houdt de CCR vinger aan de pols. Omdat het hier niet alleen om geld, maar vooral om kwaliteit van leven van bewoners gaat.”

De regie-PAR: voor en door zorgprofessionals
De regie-PAR adviseert de Raad van Bestuur van Careyn en is van en voor zorgprofessionals. Irma de Hoop is voorzitter van de regie-PAR.
Wat is een belangrijk onderwerp waar jullie je voor hebben ingezet het afgelopen jaar?
We hebben ons onder andere ingezet voor een zeggenschapsstructuur voor zorgprofessionals. Professionele autonomie en zeggenschap over hoe je eigen werk ingericht moet worden is erg belangrijk voor zorgprofessionals en we hebben een flinke aanzet gegeven om dit te organiseren.
Wat staat er voor 2025 op jullie agenda?
Het verder brengen van die zeggenschapsstructuur wat we via vakgroepen willen doen; Een vakgroep Welzijn, een vakgroep Zorg, een vakgroep Paramedici en een vakgroep Medisch komen bij elkaar in een Professionele Advies Commissie. Iedere vakgroep kan onderwerpen die voor hun belangrijk zijn bespreken. In gezamenlijk en in overleg met de Raad van Bestuur kunnen daarna plannen worden gemaakt en uitgevoerd worden.
Wat moet iedereen weten over de regie-PAR?
Het is belangrijk dat we gezamenlijk optrekken om de zorg voor onze patiënten zo goed mogelijk te maken: zorgprofessionals samen met de ondersteunende diensten en het management. Niemand weet alles, samen komen we een heel eind. Ik zou graag zien dat zorgprofessionals van het begin af aan meedenken met onderwerpen die hen aangaan. Zij voelen en zien dagelijks wat er aan de hand is en weten vaak ook goed wat er nodig is. De regie-PAR denkt dat de zorg er beter van wordt als hier meer gebruik van gemaakt wordt.
Samen werken aan een betere organisatie met de OR
A
ls voorzitter van de ondernemingsraad (OR) houdt Ilse zich, samen met de andere OR-leden, bezig met allerlei onderwerpen binnen Careyn, waarbij de OR zo goed mogelijk de collega’s van Careyn vertegenwoordigt. Daarbij is het vooral belangrijk dat er niet alleen gekeken wordt naar wat goed is voor de organisatie, het moet ook goed zijn voor onze collega’s. De OR speelt hierbij een belangrijke rol vanwege de rechten die de OR vanuit de wetgeving heeft.
“Sommige zaken hebben tijd nodig, zoals het rekening houden met de reële reistijden tussen cliënten bij de collega’s extramuraal. Dat vereist geduld, maar vooral ook goede gesprekken met de Raad van Bestuur en met collega’s. Soms ontstaan er dilemma’s, omdat wat goed is voor de ene groep medewerkers, niet altijd goed is voor de andere. Dat vraagt om samenwerking en begrip.”
Wat staat er in 2025 op agenda?
‘Ook in 2025 zal er veel te bespreken zijn voor de OR. Op de agenda staan onder andere de herinrichting van de Facilitaire dienstverlening, de ontwikkeling van het functiehuis, en de zoektocht naar een nieuw lid van de Raad van Bestuur. Daarnaast gaan we ons in de loop van het jaar voorbereiden op de verkiezingen voor de OR in 2026.’
Wil je meedenken?
Wil je meer weten over de OR, een OR-vergadering bijwonen, het lopen van een stage bij de OR of lidmaatschap van de OR? Stuur dan een bericht naar het emailadres van de OR: OR@careyn.nl of naar de ambtelijk secretaris k.smit@careyn.nl.


4. Langer actief thuis
Pijler 1
‘Langer actief thuis‘ houdt in dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig en met een goede kwaliteit van leven thuis kunnen wonen. Careyn zet zich hiervoor actief in. We werken samen met cliënten, hun familie en andere betrokkenen om de zorg goed te organiseren. Dit betekent ook dat we mantelzorgers en andere helpers beter ondersteunen, zodat zij een grotere rol kunnen spelen. Zo houden onze zorgprofessionals meer tijd over voor de complexere zorgtaken.
Daarnaast blijven we het Volledig Pakket Thuis (VPT) en Modulair Pakket Thuis (MPT) verder doorontwikkelen. Ons doel is om de zorg flexibeler en beter afgestemd te maken op wat de cliënt nodig heeft.
4.1 Volledig Pakket Thuis
Careyn heeft grote stappen gemaakt op gebied van Volledig Pakket Thuis (VPT). Soms verwarren mensen VPT met verpleeghuiszorg aan huis, dat ook vergoed wordt vanuit de wet langdurige zorg (Wlz). Bij VPT is er een groter welzijnscomponent en zijn er langere zorg- en ondersteuningsmomenten. Daarmee is het een aantrekkelijk alternatief voor het wonen in een verpleeghuis. Ook past het concept van VPT beter bij de behoeften van onze (toekomstige) cliëntenpopulatie. Met VPT kunnen mensen met een Wlz-indicatie in hun eigen vertrouwde omgeving blijven wonen, met vertrouwde mensen om zich heen én met 25-uurszorg en ondersteuning. Binnen Careyn hebben we grote vooruitgang geboekt om cliënten via het VPT passende zorg- en ondersteuning thuis te geven.
VPT en MPT
Careyn gaat in 2025 nog een stap verder onder de noemer ‘Wlz thuis’. Het Volledig Pakket Thuis (VPT) en het Modulair Pakket Thuis (MPT) zijn twee vormen van zorg die in de thuisomgeving worden aangeboden als onderdeel van de Wet langdurig zorg (Wlz). Landelijk zijn er verschillende signalen en ontwikkelingen ten aanzien van ‘Wlz thuis’ waarbij de zorgkantoren verwachten dat organisaties als Careyn MPT inzetten voordat VPT nodig is. Careyn telt momenteel zo’n 1.600 cliënten die gebruiken maken van MPT. Tegelijkertijd ondervindt Careyn ook redenen voor verbetering en aanpassing van de manier waarop we invulling geven aan MPT bij onze cliënten.
Careyn wil VPT laten groeien in 2025, om cliënten thuis nog beter te ondersteunen en de verplaatsing naar een verpleeghuis zo lang mogelijk uit te stellen, maar tegelijk willen we ook voorbereid zijn op de toekomst waarin MPT voorliggend aan VPT steeds belangrijker wordt. Het komende jaar zetten we in op het vormen van een samenhangende visie op ‘Wlz thuis’ voor VPT en MPT, om zo te experimenteren met nieuwe concepten in de manier waarop we ‘Wlz thuis’ leveren.
Uiteindelijk zal dit leiden naar een herziene werkwijze voor het leveren ‘Wlz thuis’ met als resultaat MPT in samenhang met VPT passend en doelmatig te organiseren voor cliënten die thuis wonen. Herijking van het concept ‘Wlz thuis’ biedt daarmee mogelijk nieuwe arbeidskansen aan medewerkers en een werkwijze die bijdraagt aan verhoging van het werkplezier. Daarnaast draagt het project bij aan de wens van cliënten om passende zorg en ondersteuning zo veel mogelijk op de wijze én plek die de mens zelf verkiest met maximale inzet op eigen regie en zelfredzaamheid.

Interview met cliënt en leefondersteuner over VPT
Hoe ervaren de cliënten eigenlijk VPT? En hoe is het voor de medewerkers om in een VPT-team te werken? We gingen langs een bewoonster in het Rozenburgse Blankenburg die aanvullende zorg en ondersteuning heeft via VPT. Stella van Hetten is een van de leefondersteuners die in het VPT-team werkzaam is en mevrouw Polderman helpt. We gingen met hun in gesprek om hun ervaringen over VPT te vragen.
Volgens mevrouw is het reilen en zeilen van het VPT goed geregeld. Onze leefondersteuners komen elke dag langs om haar te helpen. “Tenzij ik iets heb gepland met mijn dochters of kleindochters, zoals een etentje bij het pannenkoekenhuis of wanneer ik een verjaardag heb. Dan is het ook fijn dat ze eerder of later langs kunnen komen.”

Stella: “In principe help ik mevrouw met wassen, aankleden en huishoudelijke taken in haar woning. Zo zorg ik voor het afstoffen, en het schoonmaken van de vloer, toilet en badkamer.” Als ze een boodschap moet doen, neemt ze haar cliënt ook mee. Die vindt dat helemaal niet erg. Mevrouw glimlacht: “Dan kom ik ook even buiten.”
Stella werkt al sinds de start van VPT in Rozenburg als leefondersteuner. “Hiervoor werkte ik als vrijwilliger bij de dagbesteding, toen kwam VPT. Ik dacht meteen: ik ga het doen. Ik heb het erg naar mijn zin door het leuke team en het contact met de cliënten. Je wordt warm verwelkomd als je binnenkomt. En als je weggaat, bedanken ze je.” De bewoonster beaamt dit: “Wanneer de meiden op vakantie zijn geweest, of als er eentje ziek is, dan mis je hen toch. Het zijn stuk voor stuk zulke lieve meiden, en ze staan ook voor elkaar klaar. Dat zie je gewoon.”

Op de vraag wat ze het mooiste vindt aan haar werk, noemt leefondersteuner Stella dan ook de dankbaarheid van de mensen. “Als ik een avonddienst heb om acht uur en ik heb om half acht niks meer te doen, dan ga ik alvast naar mevrouw Polderman toe. Je hoort ook wel eens dat cliënten om je vragen. Ik woon zelf ook in deze buurt en voel mij praktisch buren met veel cliënten. Dus als ik dan bij iemand binnenkom, dan zeg ik ‘Hé buurvrouw’. Dan stralen ze helemaal; dat is zo leuk om te zien.”

4.2 Het verhogen van zelfredzaamheid
Binnen Careyn werken we op verschillende manieren aan het verhogen van zelfredzaamheid bij de cliënten. Zo zijn er in de regio DWO-NWN zelfredzaamheidsteams actief, is er in Utrecht West een traject met Reable Nederland doorlopen en worden er hulpmiddelenspreekuren georganiseerd in Utrecht Stad. Verder werken alle wijkteams met zelfredzaamheidskoffers om verschillende hulpmiddelen te laten zien aan de cliënten.
In district ZHE is het Preventief Actie Team al sinds januari 2023 van start. Als PAT-team begeleiden ze wijkteams om cliënten zelfredzamer te maken. Dit onder het motto: van zorgen voor naar zorgen dat. Maar hoe werkt het PAT-team precies en wat hebben ze de afgelopen jaren geleerd? We gingen in gesprek met kwaliteitsverpleegkundige Ramona Wilschut en wijkverpleegkundigen Caroline Smeets en Romilde Labrijn.

Hoe ziet de werkwijze van het PAT-team er ongeveer uit?
Caroline: “Het PAT-team begeleid wijkteams met het kijken naar zelfredzaamheid van cliënten. Hierbij gaan we samen met het wijkteam de (zorg)vraag afpellen. Dit doen we aan de hand van de cirkel van vijf. Ten eerste vragen we ons af: Wat kan de cliënt nog zelf of zelf aanleren? Ten tweede wat kan de cliënt zelf met behulp van (digitale) hulpmiddelen en aanpassingen? Ten derde wat kan de cliënt samen met mantelzorg oppakken en als vierde wat kan het sociaal netwerk hierin betekenen? Als laatste (vijfde stap) kijken we pas of er nog een zorgvraag overblijft voor het wijkteam of dat we moeten doorverwijzen.”

Welke successen zijn er behaald, heb je een voorbeeld?
Romilde: “Wat we zien is dat je als PAT-team twee paden bewandelt: aan de ene kant kijk je naar de cliënten, want je loopt ook mee in de routes, je leert de cliënten kennen en daarbij ga je – per cliënt- kijken naar wat er goed gaat of wat we kunnen verbeteren met bijvoorbeeld een hulpmiddel. Aan de andere kant kijk je naar de collega’s, want ook de collega’s moeten anders naar zorg gaan kijken en een nieuwe mindset krijgen; anders verandert er niets. In de verschillende regio’s binnen ZHE zijn we hier met elkaar mee bezig en daar leer je van. Zo kunnen we goede voorbeelden met elkaar delen om teams daarin mee te nemen.”
Caroline: “Zodoende helpen we de wijkteams zelfredzaam te worden in het zelfredzaam maken van hun cliënten. Het is wel altijd een stuk maatwerk: wat bij het ene team werkt, hoeft bij het ander niet te werken. Sommige teams zijn al best wel ver in het zelfredzaam maken van cliënten. Maar we kunnen altijd nog een stapje hoger gaan en dat is het ook wel het leuke van het preventief actieteam. Je loopt die routes mee en gaat kijken op welk punt het team staat. Op basis daarvan gaan we interventies inzetten. Denk aan het spelen van het zelfredzaamheidsspel of het triagespel. Of dat we organiseren themabijeenkomsten op het gebied van reablement, positieve gezondheid of klinische lessen over methodisch werken. Wanneer er een ethisch dilemma in het team speelt kunnen we een moreel beraad organiseren. Of wanneer er veel arbo-technisch vragen zijn, schakelen we een arbo-coach in.”
Romilde: “We zagen wel dat er bepaalde thema’s voorkwamen bij meerdere teams. We hebben er bijvoorbeeld voor gekozen om de bedrijfsfysio in te zetten en die is bij alle teams geweest om daar al meteen actie op te ondernemen.”

Wat staat er in 2025 nog te gebeuren?
Caroline: “We hebben alle ervaringen getrechterd en uiteindelijk zijn we tot een 12-wekenprogramma gekomen. We hebben bepaalde thema’s geïdentificeerd zoals wassen- kleden, steunkous-zorg, ogendruppels – en zalf, medicatiepleisters en crème smeren. Op deze thema’s zijn werkwijze gemaakt volgens de cirkel van vijf. Hierdoor krijgen teams inspiratie in het omdenken van de (zorg)vraag van de cliënt. Per team kan het verschillend zijn welke thema’s ze inzetten omdat elke cliëntenpopulatie verschilt.”
Romilde: “We leren zorgprofessionals de vragen vanuit cliënten te spiegelen: Kan jij zelf als zorgprofessional je rug helemaal wassen zonder hulpmiddel? ” Een soort van ‘omdenken’ dus. Wat ik wel merk is dat collega’s het nog lastig vinden om naast de cliënt te staan met hun handen op de rug. Dus dan wassen ze maar die rug. Want ja, dan ben je toch ergens mee bezig. Maar daar gaat het eigenlijk helemaal niet zo om. Je wilt natuurlijk dat die mensen zoveel mogelijk zelf kunnen doen en dat is ook een beetje wat ik bedoel met logisch nadenken: als je moe bent na het douchen, ga dan in de avond douchen en daarna meteen naar bed. Dus dat is echt op een andere manier gaan omdenken.”
Caroline: “Of als je iemand met COPD hebt, die zich niet meer kan wassen. Vaak ligt het probleem dan in uithoudingsvermogen. Een tip kan dan zijn ga je die douchebeurt in stukjes oppakken en ga dan bijvoorbeeld ook zittend douchen en na een douchebeurt je badjas aan. Dus dat zijn ook eigenlijk op een andere manier kijken naar zorg.”

Romilde: “Wat je vaak ziet is in de druk van de dag wordt dan gekeken in de agenda. Oké, dit moet gebeuren. Iemand moet geholpen worden met douchen en dan doen we dat gewoon. Maar wat is het doel bij deze cliënt Over drie maanden moet hij of zij het zelf gaan doen en dan ga je diegene niet helpen door alles over te nemen. Je moet kijken: oké, hoe lang hebben we nog en wat kunnen we doen om diegene inderdaad zelfstandig te maken? Als PAT-team zijn we ook daarmee bezig om vanuit het doel te werken dat met de cliënt is vastgesteld.”
Ramona: “Een mooie stap die we gaan zetten vanuit het PAT-team is om ook aan de slag te gaan met zelfredzaamheid in de intramurale setting. Wat Caroline ook zegt: het kan altijd een stapje hoger en beter. Maar de teams zijn eigenlijk zo goed bezig in de wijk dat dat juist inspireert om dat ook intramuraal te gaan doen. Dus daar gaan we in 2025 mee aan de slag. Eind maart hebben we een kick-off en gaan we een planning maken over hoe we de verpleeghuiszorg van morgen gaan inrichten met betrekking tot zelfredzaamheid.”

4.3. Samenwerking tussen professionele en informele zorg
Informele zorg verwijst naar de zorg die wordt geleverd door familieleden, vrienden of andere naasten. Dit kan variëren van dagelijkse hulp, zoals het verzorgen van maaltijden en persoonlijke hygiëne, tot emotionele ondersteuning en gezelschap. Informele zorg biedt vaak een aanvulling op de formele zorg en is vaak meer persoonlijk en gericht op de individuele behoeften.
Samenwerking tussen professionele en informele zorg is belangrijk, omdat het de kwaliteit van zorg verbetert en de continuïteit waarborgt. Door de expertise van zorgprofessionals te combineren met de kennis en betrokkenheid van informele zorgverleners, wordt de zorg beter afgestemd op de wensen en behoeften van de cliënt. Dit versterkt niet alleen de sociale en emotionele band, maar zorgt er ook voor dat de cliënt meer persoonlijke aandacht en ondersteuning krijgt, wat goed is voor de algehele gezondheid en levenskwaliteit.
Een belangrijk middel om hierover deze samenwerking in gesprek te gaan zijn huiskamergesprekken binnen Careyn.

Gesprekken met cliënt en mantelzorger
Bij een kleinschalig wonen locatie is de setting wat informeler vergeleken met de grotere zorglocaties. “Dat is logisch”, vertelt locatiemanager Ingrid Berkhout. Op de Dierenriem te Hellevoetsluis zijn er twee woonkamers met ieder zes bewoners. “Wanneer de familie op bezoek komt, maken ze vaak zelf een kop koffie in de huiskamer. Je bent wel closer met elkaar.”
Maar ook op de Dierenriem hebben ze plannen om meer input van de familie op te halen. “We hebben inmiddels een werkgroep opgezet waarbij het informele praatje één van de onderwerpen is. Belangrijk is om te voorkomen dat zo’n informeel praatuurtje een klaaguurtje wordt. Maar er moet wel ruimte zijn om dingen openlijk met elkaar te bespreken. Bijvoorbeeld hun mening over de maaltijden of de activiteiten. In zo’n gesprek kunnen ook wij onze kant van het verhaal vertellen en hun vragen naar de rol van de familie. Dat soort dingen hoop je dan in de informele gesprekken te bespreken. Die ruimte moet er zijn; niet alleen snel tussendoor of tijdens de zorg-leefplan besprekingen.”

4.4 Ziekenhuisverplaatste zorg
Ziekenhuisverplaatste zorg is een belangrijk thema. Thuis herstellen zorgt namelijk voor rust en comfort, wat het welzijn van de cliënten verbetert. Ziekenhuisverplaatste zorg maakt het mogelijk om intensieve of complexe zorg, die normaal gesproken in een ziekenhuis wordt geleverd, te verplaatsen naar huis. Hierdoor kan iemand eerder uit het ziekenhuis worden ontslagen, vermindert de fysieke en emotionele belasting en herstellen cliënten veel sneller in hun vertrouwde omgeving. Voor medewerkers biedt deze vorm van zorg nieuwe kansen in het ontwikkelen en leren, het opdoen van nieuwe kennis en ervaringen met nieuwe vormen van zorg.
Careyn is via verschillende regionale samenwerkingsverbanden verbonden aan ziekenhuizen. Ook in 2025 zullen we verder onderzoeken hoe we in de keten beter samen kunnen werken om de zorg voor de ouder wordende cliënt zo goed mogelijk te organiseren.

Samenwerking met St. Antonius Ziekenhuis
Anti-hormonale injecties bij mensen thuis
In Utrecht West bieden wijkteams in samenwerking met het St. Antonius Ziekenhuis ziekenhuisverplaatste zorg aan in de vorm van anti-hormonale injecties. “We komen bij mensen thuis om de injecties te geven aan mensen met prostaat- of borstkanker”, vertelt wijkverpleegkundige Monica Brenk-van Buren. “Deze injecties moeten drie maanden, zes maanden of soms ook elke maand gegeven worden, wat best belastend kan zijn voor patiënten om elke keer naar het ziekenhuis te moeten gaan. Het St. Antonius Ziekenhuis vroeg ons of we aan dit project wilden meewerken, zodat de therapie bij de mensen thuis kan worden gegeven. We waren klein begonnen, maar zo waren we alle wijken afgegaan en is het langzaamaan gaan lopen. Regio Utrecht Stad doet trouwens ook mee.”
“Voorheen kregen de patiënten hun medicijnen mee van het ziekenhuis, maar dat is nu niet meer zo. Ze moeten dit nu zelf regelen, waarbij de medicijnen thuis bij de cliënt worden geleverd. Soms gaat daar nog wel eens iets mis, maar ik leg de regie wel bij de cliënt neer. Het bijhouden van de logistiek is namelijk al een dagtaak. Zo blijven we evalueren wat we kunnen verbeteren en in de toekomst willen we zelfs kijken of er nog andere werkzaamheden zijn vanuit het ziekenhuis die door de reguliere wijkteams kunnen worden uitgevoerd.”

“Het allerbelangrijkste is dat de cliënten écht blij zijn met de therapie thuis. Daarbij ben ik trots op de teams hoe open ze erin stonden. De therapie wordt door de wijkverpleegkundige en de verpleegkundige uitgevoerd, omdat het ziekenhuis niet gewend is om met verzorgenden te werken. Het geven van injecties is natuurlijk niet iets heel nieuws, voor onze verpleegkundigen, maar toch hebben we ook gezorgd voor scholingsmateriaal. De teams hebben dit zelf goed opgepakt.”
Volgens Monica maken de extra werkzaamheden het werk iets dynamischer. Daarbij geeft het ‘de wijk’ ook een andere boost. “Het werken in de wijk wordt soms nog steeds een beetje gezien als steunkousen aantrekken en billen wassen; dit terwijl het nog zoveel meer is; dit is hier een mooi voorbeeld van.”

Samenwerking met het Reinier de Graaf Ziekenhuis
Immunotherapie bij mensen thuis
Annemieke Zeeuw was als gespecialiseerd verpleegkundige onderdeel van de projectgroep. “We zien gemiddeld 25 patiënten per maand voor immunotherapie thuis. Hierbij zorgt het ziekenhuis dat de medicatie thuis is geleverd en nemen wij de infuuspomp mee en andere materialen om het infuus te prikken en de medicatie toe te dienen. De patiënt krijgen de eerste drie behandelingen bij het ziekenhuis; als alles goed is verlopen, dan kan de behandeling thuis worden gegeven door onze oncologieverpleegkundigen.”
“Het kostte wel een jaar om alles goed op te tuigen en in te richten, want er komt toch wel wat bij kijken. Het ziekenhuis wilde ook dat we in hun systeem konden werken, maar dat was nog niet zo makkelijk in het kader van de AVG. Uiteindelijk is het wel gelukt en kunnen we bij de dossiers van enkel de patiënten die wij behandelen.”

Meer voordelen
Tijdens het toedienen blijven we bij de patiënt, waardoor er meer tijd en aandacht is voor begeleiding. Dat is iets wat enorm gewaardeerd wordt de mensen. Een ander voordeel is dat ze niet meer naar het ziekenhuis hoeven voor de behandeling en de mantelzorgers minder worden belast.
Ook de artsen zien waarde in het zien van de mensen in de thuissituatie. “Als patiënten de arts bezoeken, kunnen zij zich soms heel goed voor doen. Thuis zien we het hele plaatje, wat voor de behandeling meer context biedt.”
Mooie ontwikkeling
“Naast dat ziekenhuisverplaatste zorg waardevol is voor de patiënt, biedt het ons een interessante afwisseling met onze andere werkzaamheden. Als belangrijke succesfactor in het traject benoemt Annemiek de bereidwilligheid van betrokkenen. “Ook de artsen en de behandelaren spelen hier een belangrijke rol in. Het is leuk om meer contact te komen met het ziekenhuis. Je weet elkaar nu te vinden. Voor de toekomst wordt er gekeken of we onze samenwerking kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld door cytostatica thuis te geven.”

5. Duurzaam samenwerken
Pijler 2
We werken samen met regionale partners om de zorg beter af te stemmen op wat cliënten nodig hebben. Door samen te werken maken we de zorg toekomstbestendig en passend bij de samenleving. We zoeken de samenwerking op met buurtbewoners en lokale initiatieven om de zorg beter te laten aansluiten. Zo willen we bijdragen aan de behoeften van (kwetsbare) ouderen.
5.1 Samenwerken in de regio
Careyn kent vier districten. In elk district zijn verschillende zorgaanbieders actief zoals financiers, ziekenhuizen en andere ketenpartners. Activiteiten kunnen lokaal verschillen, maar wel hetzelfde doel hebben: de zorg zo optimaal mogelijk organiseren voor (mogelijk) kwetsbare ouderen en hen te ondersteunen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen.

Samenwerkingsregio Zuid-Hollandse Eilanden (ZHE)
Samen met collega-ouderenzorgorganisaties (zoals Archipel en Conforte) is er gewerkt aan het opzetten van het regionaal coördinatiepunt Verwijshulp ZHE. Zo wordt er voor verwijzers één centraal coördinatiepunt gemaakt waarmee de volgende doelen worden nagestreefd:
- Efficiënter doorverwijzen van zorgvragers; en
- Zorgen voor een optimale match door afstemming van de zorgvraag met het gezamenlijke aanbod.
In 2024 is de samenwerking voor WLZ Verblijf doorontwikkeld en is de Verwijshulp ZHE operationeel geworden. Deze samenwerking gaat door, zodat nog meer van het aanbod gezamenlijk gecoördineerd wordt.
In de regio is de Digideal ontwikkeld om samen werk te maken van digitalisering en innovatie. Hiermee versterken we de samenwerking en zorgen we voor een gezamenlijke aanpak. De oplossingen richten zich op ‘langer thuis wonen’ en ‘de verpleegzorg van de toekomst’, zoals vastgelegd binnen Archipel. De Digideal omvat 4 kernverbintenissen:
- we realiseren voldoende digivaardigheid en communiceren digitaal, tenzij…
- we passen digitale technologie thuis toe, tenzij…
- we passen digitale technologie op locaties toe, tenzij…
- we gebruiken data-analyse (AI) om ketensamenwerking in zorgpaden te verbeteren.

Een voorbeeld vanuit de Digideal is de gerealiseerde uitrol van medicijndispensers in de hele regio. Daarbij is een profiel opgesteld waarin staat beschreven wanneer en onder welke voorwaarden binnen de regio wordt gewerkt met de medicijndispenser. In 2025 wordt er een vervolg gegeven aan de Digideal, waarbij de focus onder andere ook ligt op het verbeteren van de informatie-uitwisseling met huisartsen en beeldzorg.
Er is een onderzoek uitgevoerd binnen alle ouderenzorgorganisaties die betrokken zijn bij Archipel over Laag Volume Hoog Complex-doelgroepen (LVHC). Dit gaat over zorg voor mensen met zeldzame ziektes (laag volume) die heel speciale en ingewikkelde zorg nodig hebben (hoog complex). Voorbeelden zijn mensen met de ziekte van Huntington of ernstige hersenbeschadiging. Deze zorg vraagt om veel kennis en ervaring.

Het onderzoek is bedoeld om te verhelderen wie welke doelgroepen bedient die voldoen aan de LVHC-doelgroep. Het heeft ook tot doel te kijken waar kennis gedeeld kan worden en of centreren van doelgroepen mogelijk is. In het komende jaar wordt onderzocht hoe we hierin nog beter met elkaar kunnen samenwerken.
Er wordt domeinoversteigend samengewerkt door bijvoorbeeld zorgcampussen en het programma ‘Ouderen op Voorne’. Daarnaast is er gekeken naar het afbouwen van zorghandelingen die niet noodzakelijk zijn, zoals bij het gebruik van steunkousen en het toedienen van oogdruppels waarbij de organisaties met elkaar optrekken. Dit traject krijgt een vervolg in 2025.

Samenwerkingsregio district DWO/NWN
Careyn speelt een belangrijke rol in de regio DWO-NWN (Delft, Westland, Oostland en Nieuwe Waterweg-Noord), waar we actief samenwerken in verschillende zorgprojecten.
In 2024 was Careyn betrokken bij het project ‘Gezond en Wel Thuis’ en de samenwerking met de Spoedzorg. Het Zorgcoördinatiecentrum heeft samen met de HAP vier zorgpaden opgezet voor de Acute Thuiszorg. Het acute team van Careyn rijdt nu ook ’s nachts naar oproepen van andere VVT-organisaties. Daarnaast werkt Careyn samen met het Reinier de Graaf Gasthuis, onder andere voor het aanbieden van ziekenhuiszorg thuis via projecten zoals immunotherapie en urologische zorg.
Eind 2024 zijn er wondspreekuren opgestart in samenwerking met de Delftse huisartsen en werd er een symposium over wondzorg georganiseerd. Verder levert Careyn CVA-nazorg en werken we mee aan het landelijk onderzoek voor het voorkomen van een tweede CVA. Ook wordt er vanuit het RIGA (Regionaal Integraal Gezondheids Akkoord) gewerkt aan het opzetten van een patiëntenacademie, een nieuwe manier van het aanleren van zelfzorghandelingen. In 2025 vinden er verdere gesprekken plaats over arbeidsbesparende innovaties in de wijkverpleging.

In 2024 werd het palliatieve netwerk NWN en DWO samengevoegd tot één netwerk. De samenwerkingsovereenkomst voor dit netwerk is in voorbereiding. Ook werd er een ketenzorg dementie-overeenkomst getekend in de WSD-regio, waarin VVT-partijen zoals Careyn samen met andere zorgaanbieders een ketencoördinator financieren. Deze samenwerking richt zich op toekomstbestendige zorg voor cliënten met dementie, en casemanagers werden geschoold in het voeren van familiegesprekken. Het SBD-project, dat de sociale benadering van dementie onderzoekt, werd eind 2024 geëvalueerd. Belangrijke uitkomst is een goede netwerkzorg en de samenwerking met welzijn verder te ontwikkelen in 2025.
Ten slotte heeft Careyn een trekkende rol gespeeld in het evalueren en opnieuw tekenen van de farmaceutische overeenkomst binnen de ketenzorg, waarin VVT, huisartsen en apothekers samenwerken. Deze overeenkomst is bedoeld om de zorgcoördinatie binnen de regio verder te verbeteren, zodat zorg voor kwetsbare ouderen beter en efficiënter wordt georganiseerd.

Samenwerkingsregio Utrecht Stad
In 2024 is Careyn aangesloten bij een aantal netwerken, zoals de IVVU, kopgroep ouderen, SPO (Stedelijk Platform Ouderen) en het palliatief netwerk. Hiermee zoeken we met verschillende organisaties de samenwerking op voor onder andere de woningmarkt, het leveren van kwalitatief verantwoorde ouderenzorg en de afstemming van ouderenzorg en welzijn.
In samenwerking met het Diakonessenhuis, St. Antonius Ziekenhuis en ZorgSpectrum is er gewerkt aan het openen van het Punt voor Parkinson op Nieuw Tamarinde. Hier zal alle geboden zorg voor mensen met Parkinson samenkomen om dit op één plek aan te bieden en kennis en kunde met elkaar te delen. Dit is een initiatief vanuit het Regioplan.
Een mooie samenwerking met de eerstelijnszorg (huisartsen) loopt via Onué (Ouderengeneeskundig Netwerk Utrecht eerstelijn). Dit is bedoeld om kennis en kunde beschikbaar te stellen voor cliënten met complexe multimorbiditeit en kwetsbare ouderen in Utrecht Stad, door ondersteuning van huisartsen.

Met de gemeente Utrecht loopt een langdurige samenwerking. Een voorbeeld hiervan is het opvangen van Oekraïense vluchtelingen op een van de Careyn-locaties. In 2024 liepen bijvoorbeeld ook het project Ketenaanpak Valpreventie en pilots met betrekking tot beweeginterventies. Een meer wijkgerichte samenwerking is Zorg in de Wijk wijkverpleging samen met AxionContinu, WZC de Rijnhoven, Expert Care, KleurrijkZorg en Buurtzorg om afspraken en randvoorwaarde met elkaar vast te stellen.
In Utrecht wordt er gewerkt aan het Meerjarige Transformatiekalender van de IVVU voor het IZA regioplan Midden-Nederland. We zetten verder voort waar we mee bezig zijn geweest in 2024. Daarnaast zijn we bezig met het opzetten van een (nieuwe) samenwerking met de Academische Werkplaats. Daarbij zal er een verbinding zijn tussen de Academische Werkplaats en Careyn om te bouwen aan een regionale kennisinfrastructuur op het gebied van wijkverpleging.

Samenwerkingsregio Utrecht West
In 2024 zijn er in de regio Utrecht West belangrijke stappen gezet op het gebied van samenwerking in de ouderenzorg. Het bestuurlijk platform Utrecht West werd opgezet om de regionale versterking van eerstelijnszorg te bevorderen en Careyn was nauw betrokken bij het ontwikkelen van het regioplan en de transformatieplannen binnen het IZA (Integraal Zorgakkoord). Lokale kernteams vormden zich binnen de gemeente Woerden, waar samenwerking tussen verschillende zorg- en welzijnsorganisaties werd geïntensiveerd. Daarnaast werd het project “Langer Actief Thuis” voortgezet, met als doel de zorg voor kwetsbare ouderen beter af te stemmen en te stroomlijnen, inclusief het verbeteren van de online communicatie en zorgprocessen.
De samenwerking met het sociale domein werd verder versterkt, met bijvoorbeeld pilotprojecten in de Ronde Venen en Stichtse Vecht, waar wijkverpleging en sociaal domein gezamenlijk cliënten benaderen om passende oplossingen te vinden. Ook werd er gewerkt aan de verbetering van de samenwerking tussen huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, psychologen en casemanagers dementie, wat resulteerde in meer gezamenlijke MDO’s en medebehandelaarschap. Een ander belangrijk initiatief was de oprichting van de paramedische coöperatie ParaNU, waarmee Careyn en andere partners de eerstelijnszorg in de regio willen versterken.

Voor 2025 ligt de focus op het verder implementeren van de behaalde resultaten en het uitrollen van de plannen in de regio, zoals het verbeteren van de zorg voor kwetsbare ouderen en de versterking van hechte wijkteams. Het gebruik van VIPlive (een applicatie om informatie tussen verschillende professionals uit te wisselen) zal verder worden uitgebreid, en de samenwerking met het sociale domein zal verder intensiveren. Ook wordt het medebehandelaarschap van specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn verder uitgerold binnen de regio, wat bijdraagt aan een integrale benadering van zorg voor kwetsbare ouderen.
Desondanks zijn er enkele uitdagingen voor 2025, zoals de krapte op de arbeidsmarkt en het toegankelijk houden van de zorg. De zorgvraag neemt toe, terwijl er minder zorgprofessionals beschikbaar zijn. Dit vraagt om innovatieve manieren van werken, zoals meer focus op preventie, reablement en het versterken van gemeenschapskracht. De plannen voor de komende jaren zijn afgestemd op de transformatieagenda van de regio, en alle lopende initiatieven uit 2024 worden in 2025 verder voortgezet om een duurzame en toegankelijke zorgstructuur te waarborgen.
5.2 Intern samenwerken
Niet alleen de samenwerking met ketenpartners is belangrijk, maar ook samenwerking tussen verschillende organisatieonderdelen van Careyn. Zowel collega’s vanuit de zorg, maar ook de staf proberen dagelijks ieder op hun eigen wijze een bijdrage te leven aan de missie en visie van Careyn. Elkaar vinden helpt in het uitwisselen van ervaringen, kennis en kunde.
Een mooi voorbeeld van interne samenwerking in een intramurale setting is bij de locatie Hart van Groenewoud. Op deze locatie zijn twee villa’s waarbij twee welzijnsteams werkzaam zijn. Locatiemanager Albert vertelt hoe ze hebben gewerkt naar een visie van één locatie, waarbij er dus één welzijnsteam is dat met elkaar samenwerkt op de villa’s. Zo vormt het team aan één beleid van welzijn en worden gezamenlijk grote activiteiten op de locatie doen ook in samenwerking uitgevoerd.

Overal werken
Het idee kwam vooral vanuit de visie van één Hart van Groenewoud: “Eigenlijk proberen we dat op meerdere werkvelden in te voeren. Je moet als medewerker van Hart van Groenewoud gewoon overal kunnen werken. Bij welzijn is dat nu dus al van start, maar bij zorg staat dat dat echt nog in de kinderschoenen. Hoe fijn zou het zijn als iedereen elkaar kan helpen? Dat wanneer er ergens een dienst tekort is, dat iemand van een andere afdeling of villa kan bijspringen.”
Elkaar leren kennen
“Voor welzijn is het belangrijk dat je de mensen kent; en uiteindelijk praten we over 97 bewoners, dus aan het begin kun je die ook niet allemaal kennen. Maar op den duur gebeurt dat wel, zeker wanneer je samen de grote activiteiten vormgeeft. Denk aan optredens van artiesten en natuurlijk alle feestdagen.” Het plan wordt voor zowel welzijn als zorg uitgewerkt in het komende jaar. “Zulke samenwerking is wel eerder gedaan, als er een vacature openstond of iemand met zwangerschapsverlof was. Ze merkten toen hoe handig en fijn het is om met elkaar op te trekken.” Albert is dan ook blij dat ook de medewerkers enthousiast zijn over de plannen om de samenwerking verder te brengen.

Toegankelijke zorg voor kwetsbare ouderen
Om de zorg toegankelijke te houden werkt Careyn steeds meer samen met andere zorgaanbieders en het sociale domein. Een belangrijk voorwaarde daarvoor is dat we vanuit dezelfde visie naar zorg en ondersteuning kijken. Wilma van Doorn, Senior Adviseur Zorgbeleid en Strategie vertelt waarom dit vanuit het project, toegankelijke zorg voor kwetsbare ouderen, opgepakt is: “Als je vanuit hetzelfde uitgangspunt werkt, zorg je ervoor dat hetzelfde naar cliënten wordt gecommuniceerd vanuit verschillende disciplines, zoals de huisarts en de wijkverpleegkunde. Dat is fijn voor de cliënt én voor ons. Samen met de huisartsen en een andere zorgaanbieder hebben we besproken wat wij passende zorg vinden. Dat gaat ook op detailniveau, denk aan specifieke wijkverpleegkundige handelingen zoals steunkousen en medicatie. Wat doen we daarin wel of niet? De mantra moet zijn: we gaan uit van wat iemand zelf kan en helpen te herwinnen wat iemand niet meer kan.”

Sommige cliënten vinden dit lastig, maar er zijn ook mooie voorbeelden: “Zoals iemand die vanuit het ziekenhuis eigenlijk naar een verpleeghuis moest, maar niet wilde. Hij ging naar huis en uiteindelijk is het ons gelukt om hem zelf dingen aan te leren, waardoor hij thuis kon blijven. Dat is het allermooiste: als het lukt om mensen weer zelfstandig te maken en dat men weet dat als het echt nodig is dat ze dan op iemand terug kunnen vallen.”
Het project wordt de komende tijd ook breder getrokken door in gesprek te gaan met ziekenhuizen en sociaal domein, zoals gemeenten: “We gaan vooral kijken hoe we kunnen zorgen dat het gedachtegoed diep indaalt bij alle mensen die in de zorg en ondersteuning werken.”

6. Jij op 1
Pijler 3
Careyn zet zich in om een werkomgeving te creëren waarin medewerkers zich gewaardeerd en betrokken voelen. Het doel is om de medewerkerswaarde te vergroten als kritische randvoorwaarde van het succes van onze organisatie. Careyn wil daarnaast aantrekkelijk zijn als werkgeversmerk op de arbeidsmarkt. We willen nieuwe medewerkers aan te trekken en hun talenten optimaal te benutten.
W
e spannen ons in als het gaat om de duurzame inzetbaarheid en vitaliteit van medewerkers door het bevorderen van eigen regie, het ondersteunen van loopbaanontwikkeling en het creëren van een gezond, veilig en stimulerend werkklimaat. Dit draagt bij aan het welzijn van medewerkers, de professionele groei, motivatie en productiviteit, zodat ze in staat zijn om langdurig en met plezier te blijven bijdragen aan de organisatie. Uniform beleid en gebruiksvriendelijke systemen zijn ook belangrijk. Daarom richten we ons met de ondersteuning van IT-systemen zoveel mogelijk op de gebruiker en de cliënt, minder op het systeem zelf.

Medewerkersraadpleging (MERA)
In 2024 is een medewerkersraadpleging gehouden onder alle medewerkers van Careyn. Iedereen heeft de mogelijkheid gehad om een online vragenlijst in te vullen. Met deze uitvraag krijgen we inzicht hoe medewerkers verschillende onderdelen van hun werk ervaringen zoals autonomie, werkgeverschap, maar ook sociale veiligheid. Aan deze raadpleging deden 1821 collega’s mee. Dit is in totaal 39% van het aantal medewerkers.

Wat gaat er goed?
- Medewerkers zijn tevreden over de samenwerking binnen Careyn
- Meer dan 25% is bevlogen
- Scores van de districten liggen niet ver uit elkaar
Wat kan beter?
- Medewerkers én managers weten onvoldoende waar de organisatie heen gaat
- Medewerkers én managers zijn kritisch op de werkprocessen
- Informatie (over strategie, werkprocessen etc.) komt onvoldoende aan bij de medewerkers

Hoe nu verder?
Periode november 2024 t/m januari 2025:
Leidinggevenden gaan in gesprek met hun teams, delen de resultaten en bepalen met elkaar twee à drie verbeteracties en de plannen worden gemonitord in bestaande overleggen. Adviseurs faciliteren de leidinggevenden onder andere bij het analyseren van resultaten, voorbereiden van gesprekken en schuiven aan bij complexe teams. Dit allemaal afhankelijk van de behoefte.
Periode januari t/m maart 2025:
Er wordt een Careyn-brede werkgroep opgericht met afvaardiging van leidinggevenden, OR, PAR en Mens en Organisatie. Deze werkgroep kijkt naar de verbeterpunten die buiten de invloedsfeer van de teams liggen en schrijft een advies aan de directie.
In 2026 volgt de volgende medewerkersraadpleging.

Implementatie van teambekwaamheid: een succesvol traject
Wat is teambekwaamheid? Dit gaat over specifieke handelingen of bekwaamheid die nodig zijn binnen jouw team, omdat de cliëntenpopulatie dit vraagt. Sinds april 2022 zijn we begonnen met de implementatie van teambekwaamheid voor de voorbehouden- risicovolle handelingen (VRH). In mei 2024 hebben we de voortgang geëvalueerd en besproken met de directie. Dit heeft geleid tot de afspraak om een haalbaar implementatieplan op te stellen, met duidelijke mijlpalen en een definitieve einddatum van 1 juni 2025 voor de betrokken regio’s.
In de regio’s waar de implementatie al is gestart, is er een duidelijke behoefte aan scholing. Daarom hebben we uitgebreide informatie beschikbaar gesteld over oefensessies, scholingen en zelfverklaringen voor teambekwaamheid. Managers kunnen deze informatie delen met hun medewerkers, en verdere communicatie zal volgen via een nieuwsbrief. Daarnaast zijn praktijkbegeleiders en interne begeleiders al op de hoogte gebracht van de voortgang.

Met deze gestructureerde aanpak en duidelijke communicatie streven we ernaar om de teambekwaamheid binnen onze organisatie naar een hoger niveau te tillen, wat uiteindelijk zal bijdragen aan een betere samenwerking en hogere kwaliteit van zorg. Met deze systematiek zorgen we ervoor dat de bekwaamheid van een team, benodigd om goede en passende zorg te kunnen leveren, op maat is en afgestemd is op de cliëntkenmerken van een team. Dit is een continu proces en vraagt om kritisch te kijken naar wat nodig is en wat het team nu kan leveren met de huidige kennis en vaardigheden.

Bekwaam en bevoegd
Careyn zet zich in voor hoogwaardige zorg door continu te leren en verbeteren, zoals vereist door de Wkkgz en Wet BIG. We bieden scholingen en een systeem voor aantoonbare bekwaamheid, waarbij medewerkers zelf regie hebben over hun ontwikkeling. Onze visie op leren benadrukt samenwerking en continu leren in de dagelijkse praktijk. We gaan van moeten naar willen: bekwaamheid en inzetbaarheid. We ondersteunen zorgprofessionals met diverse scholingsmogelijkheden om hun bekwaamheid te verwerven en te behouden, van verzorgenden tot verpleegkundigen. Zo creëren we een omgeving waarin iedereen kan groeien en drempelloos kunnen werken bij Careyn.

Werken aan teambekwaamheid
Anneke Vietje is locatiemanager bij Snavelenburg. Teamkwaamheid is een belangrijk onderwerp voor haar: “Teambekwaamheid betekent voor mij de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de handelingen die nodig zijn voor de zorgvraag van de bewoners. Dit zorgt voor bewustwording van bevoegd- en bekwaamheden, het opfrissen van theorie en het stimuleren van vakmanschap.” Bij de introductie van het onderwerp merkte ze veel enthousiasme op: “Er is veel animo om met deze werkwijze aan de slag te gaan en het is fijn dat het eigenaarschap bij het team komt te liggen. In 2025 gaan we deze werkwijze dan ook verder doorvoeren op andere afdelingen.”
Werken en leren in de wijkverpleging
Binnen de wijkverpleging werken collega’s veelal alleen thuis bij een cliënt, in tegenstelling tot onze verpleeghuizen waar collega’s onder één dak zorg verlenen. In de wijkverpleging dus nog belangrijker om te kijken hoe je kennis en expertise met elkaar kan uitwisselen als je elkaar niet altijd tijdens je werk ziet in de fysieke zorgverlening.
Irma Dekker-Pronk, wijkverpleegkundige bij WZT Middelharnis-Sommelsdijk schenkt hier dan ook veel aandacht aan: “Als wijkverpleegkundigen op het eiland Goeree hebben we iedere maand wijkverpleegkundig overleg, waarin belangrijke zaken vanuit het management, problemen waar we tegenaanlopen of andere punten met elkaar bespreken.
Daarnaast delen we in ons eigen team kennis. Zo is er tijdens ieder overleg ruimte voor klinische les, waarbij we medewerkers vragen om ideeën en of zij zelf deze les willen geven. Ook nodigen we bijvoorbeeld wondverpleegkundigen of palliatief verpleegkundigen uit om te delen. Zo blijven we onszelf ontwikkelen.”


H
et is belangrijk dat alle collega’s zo goed mogelijk hun werk kunnen blijven doen. We hebben alle collega’s hard nodig gezien de maatschappelijke opgave waar we voor staan, maar we zien ook dat situaties vanuit huis het werk kunnen beïnvloeden en andersom. Vanuit goedwerkgeverschap probeert Careyn door het actief voeren van beleid op gebied van vitaliteit medewerkers (preventief) zo goed mogelijk te ondersteunen. Maar op welke manieren helpen we onze medewerkers vitaal te worden of te blijven? We gingen in gesprek met specialisten Arbo en Verzuim Nancy van Driel Vis, Sylvia Nuis en Manager Vitaliteit Nancy van Vugt.
Wat heeft Careyn afgelopen jaar gedaan rondom werkplezier en vitaliteit?
“Om een goed overzicht te kunnen bieden van de beschikbare interventies, werd eind 2023 een vitaliteitswebsite gelanceerd. Interventies zoals de HeyCoach, de budgetcoach en de vertrouwenspersoon zijn kosteloos beschikbaar voor onze medewerkers”, vertelt Nancy van Vugt. “Dit was voor vitaliteit en gezondheid een belangrijke stap voor Careyn als werkgever.”
Sylvia vult aan: “Verder gingen we door met het invullen van het thema ‘Jij op 1’. In onze plannen hebben we de medewerker echt centraal. We proberen echt ondersteunend te zijn bij verzuim, en hopen verzuim te voorkomen. Hiervoor is het team ook behoorlijk uitgebreid met extra collega-adviseurs verzuim. Deze zijn direct gekoppeld aan de leidinggevenden in elk district.” Nancy: “De adviseurs adviseren onze collega’s op gezond en veilig werken en hebben een signaleringsfunctie. Ze houden zich bezig met fysieke belasting op de werkvloer, werkdruk, psychosociale klachten; ze ondersteunen je bij alles zodat jij je werk veilig en gezond kan blijven doen op fysiek en mentaal vlak; van veilig werken met tilliften, pestgedrag tot de samenwerking met je leidinggevende.”
Kan je een voorbeeld van succes noemen?
Nancy van Vugt: “We werken nu steeds meer naar duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. De leidinggevende speelt hierin ook een grote rol, dus alle leidinggevenden volgen hiervoor een training ‘Regisseur van je werk’. In 2025 willen we dit verder uitrollen, ook naar de medewerkers. Het doel hiervan is om te zorgen dat onze medewerkers op een fijne manier tot hun pensioen aan kunnen werken.”
Waar zijn jullie trots op?
Sylvia: “De beweging om vanuit één Careyn en één afdeling Mens en Organisatie te werken, helpt enorm. Door de centralisatie zijn collega’s makkelijker vinden en werken we meer samen om onze krachten te bundelen. We kunnen zo eerder inzetten op verzuim.” Nancy van Driel Vis: “Voorheen begon het traject na zesentwintig weken, nu kunnen we vanaf dag nul of één kijken of we bij de beginnende klacht kunnen ondersteunen. We kunnen zo preventiever werken.”
Wat staat er nog op de planning in 2025?
Nancy Driel Vis:“We gaan verder met het inrichten van duurzame inzetbaarheid. Uiteraard gaan we weer activiteiten voor de Week van het Werkgeluk organiseren.” Nancy van Vugt vult aan: “En een blijvend doel is steeds om te kijken welke interventies in het budget passen, waarbij we willen zorgen dat er voor iedereen hetzelfde aanbod beschikbaar is. Zo is er momenteel een grote vraag naar het onderwerp Mindfulness.”

8. Anders organiseren
Pijler 4
We zetten ons in om de administratieve lasten voor zorgprofessionals te verminderen. Dit doen we door processen te stroomlijnen en slimme oplossingen in te zetten om het werk makkelijker en eenvoudiger te organiseren. Het doel is om zorgprofessionals meer tijd en ruimte te geven voor directe cliëntenzorg en om de werkdruk te verlichten.
D
it betekent dat we proberen te streven naar dat er overal in de organisatie dezelfde werkwijze en systemen worden gebruikt, waardoor de samenwerking tussen afdelingen eenvoudiger wordt. Dit zorgt ervoor dat alles goed op elkaar aansluit en voorkomt dat er dubbel werk wordt gedaan. Bij anders organiseren hoort ook het bevorderen van de inhoudelijke samenwerking en kennisdeling tussen behandelaren binnen de verschillende vakgroepen. Zo verbeteren we de kwaliteit van zorg en waarborgen we integrale behandeltrajecten.
In de onderstaande voorbeelden zie je wat technologische ondersteuning en innovatie brengen in de zorg aan cliënten. Een mooi voorbeeld is het beeldbellen, waarmee we op afstand cliënten kunnen ondersteunen. In het kader van steeds schaarster wordende zorg kan op deze manier toch op eenvoudige wijze contact gelegd worden.

Beeldzorg als ondersteuning en innovatie
In de regio ZHE is teammanager Karin Brans al sinds de start van de pilot bezig met beeldzorg via de Compaan. De beeldzorgteams ondersteunen cliënten met medicatie-inname en controle, het aanbieden van structuur en een deel welzijn: “We hebben een klein, maar toegewijd team, voornamelijk bestaande uit wijkteammedewerkers die in verzuim zijn geweest of bij wie het werk fysiek te belastend wordt. Beeldzorg is voor hen een mooie oplossing om hen bij het werk te betrekken, zodat ze niet uitstromen.” De cliënten zijn ook erg blij met vrijheid en het gemak dat beeldzorg hen biedt en ze vinden het vaak ook gezellig. “In de wijkverpleging komt het soms voor dat medewerkers toch snel weer naar de volgende cliënt moeten gaan. Bij beeldzorg hebben de cliënten het gevoel dat ze langer de aandacht krijgen voor een goed gesprek.”
Gegroeid naar meer samenwerking
In deze regio zijn er momenteel zeven routes die we elke avond en ochtend rijden. Karin verwacht dat de beeldzorgteams gaan groeien, maar er zijn ook uitdagingen. “Je kunt lastig een uitzendkracht op beeldzorg inzetten, want je moet wel ingewerkt zijn en alle toegang hebben tot de Compaan. Ook moet je wel écht ervaring hebben om te weten waar je op moet letten. Als je bij een cliënt thuis binnenstapt, neem je meteen de op. Bij beeldzorg zie je alleen de cliënt op het scherm. Dus je voelsprieten en de interactie moeten goed zijn.”

Eind vorig jaar zijn verschillende beeldzorgteams begonnen met regionale overleggen met het doel meer samen te werken. “Het maakt niet uit of je nu in Brielle of Utrecht zit, we willen eigenlijk dat iedereen kan inbellen bij een cliënt. Maar ‘even’ een nieuwe cliënt toevoegen was nog niet zo makkelijk door de AVG-regels van de Compaan. Het is in ieder geval al gelukt om de district-overstijgende samenwerking op te starten.”
Trots op het team
“We hebben ervaren hoe belangrijk het is om open te blijven communiceren met zowel cliënten als medewerkers. We komen soms weerstand tegen en onze collega’s gaan daar heel goed mee om. Als je bijvoorbeeld die hele terughoudende dochter hebt die beeldzorg eerst niet geschikt vindt voor haar drieënnegentigjarige moeder, en daarna erop terugkomt hoe fijn ze het vinden, dan ben ik daar best trots op”, vertelt Karin.
Ook voor wijkteams voelt beeldzorg soms nog nieuw. “Medewerkers hebben het gevoel dat ze het contact met ‘hun cliënten’ verliezen. Dit, terwijl er nog volop werk te verrichten is. Bij beeldzorg is er juist veel tijd voor het contact.” Ook hier spelen de beeldzorgteams een belangrijke rol om dit goed uit te leggen aan de collega’s. “We hebben de Compaan nu bij meerdere wijkteams neergelegd, zodat ze heel gemakkelijk de Compaan mee kunnen nemen naar cliënten. Het traject om met beeldzorg te starten kan best lang duren. Wanneer de wijkteams de cliënten al een beetje kunnen laten zien, zal de groei van beeldzorg sneller en makkelijker gaan.”
Vakgroepen
Vakgroepen gaat de behandeldiensten, medische en paramedische professionals die zich verenigen rondom hun vakgebied en vanuit daar samenwerken. Er zijn afgelopen jaar een aantal bijzondere stappen gezet die je hieronder aan treft.
In 2025 heeft Careyn de ambitie om uitwerking te geven aan het stuk professionele medezeggenschap, waarbij vier platforms worden opgericht: medisch, paramedisch, zorg en welzijn die allen op gelijke voet staan en even zwaar wegen. Via deze vier platforms zorgt één professionele adviescommissie (PAC) ervoor dat de professionele stem in de organisatie een formele plek krijgt en meedenkt en meebepaalt in het beleid van de organisatie. Ook hebben de vier platforms een belangrijk doel om bij te dragen aan meer samenwerking tussen de professionals onderling (bijvoorbeeld Careyn-brede samenwerking fysiotherapeuten). Het gaat over professionele missie en visie, portfolio (wat doen wij wel, wat doen wij niet?), richtlijnen, protocollen, beleidsvisies, kwaliteitsissues, ethische vraagstukken, opleiding, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Vakgroepen: de vakgroepenstructuur in Utrecht-West
Wat is er de afgelopen tijd gebeurd op het gebied van vakgroepen in Utrecht-West en hoe ziet de toekomst eruit? Noortje Molenaar, Manager Behandeldienst Utrecht-West, vertelt er meer over.
Wat hebben jullie afgelopen jaar gedaan als het gaat om vakgroepen?
“In Utrecht-West zijn we in 2024 gestart met het opnieuw inrichten van de vakgroepen structuur. Een aantal vakgroepen stond al stevig (onder andere de medische dienst), maar een aantal vakgroepen had de afgelopen jaren minder contact over de locaties heen. In totaal zijn er zes vakgroepen binnen de behandeldienst in Utrecht-West: medische dienst, psychologie, fysiotherapie, ergotherapie, logopedie en diëtetiek. Een doel van een vakgroep is het verbinden van de collega’s in het gehele district en vanuit daaruit verder ontwikkelen. Denk aan innovaties (nieuwe behandelmethodes) en het gezamenlijk volgen van scholing. Maar ook elkaar kunnen consulteren op specifieke expertise (palliatieve zorg) of elkaar vervangen in tijden van ziekte/vakantie.”
Wat heeft het opgeleverd?
“Afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van het (opnieuw) opstarten van de vakgroep. We hebben met elkaar een ‘stoplicht’ ingevuld in hoeverre de vakgroep al echt een vakgroep is. Denk aan: is er een gezamenlijk gedragen jaarplan en scholingsplan? Zijn er afspraken gemaakt over wie in welke (Careyn-brede) werkgroep deelneemt? En is er een gestructureerd overleg met een voorzitter?
Ook hebben we expliciet stilgestaan bij het teamcontract: wat zijn belangrijke waarden in de samenwerking van de vakgroep? Denk aan vertrouwen, elkaar iets gunnen en humor. Dit hebben we vastgelegd en we hebben ons hieraan gecommitteerd.”

Dit alles heeft opgeleverd dat de vakgroepen weten waar zij nu staan in hun ontwikkeling en vanuit daaruit een jaarplan voor 2025 hebben kunnen maken. Maar vooral heeft heel veel verbinding op persoonlijk en professioneel vlak opgeleverd. Men zoekt elkaar meer op.”
Wat zijn de uitdagingen voor komend jaar?
“Aankomend jaar zijn er uitdagingen op zowel samenwerkingsvlak als inhoudelijk vlak. Bovendien komen daar de Careyn-brede projecten bij kijken. Het zal een uitdaging worden alle wensen te prioriteren. Maar ook dat doen we samen.
Verder zijn we gestart met vakgroepvoorzittersoverleggen om ook de verbinding te zoeken tussen de vakgroepen. Dit is nieuw en moet nog goed vormkrijgen.”
Wat vind je nog belangrijk om hierover te zeggen?
“Voordat je echt inhoudelijk goed met elkaar kunt doorontwikkelen is het nodig elkaar te leren kennen en te begrijpen. En heb plezier met elkaar!”
Elektronisch cliëntendossier
Careyn heeft afscheid genomen van het oude cliëntendossier en is inmiddels meer dan een volledig jaar aan het werk met Nedap ONS voor de zorg en YSIS voor de behandelaren en geriatrische revalidatie zorg (GRZ).
We hebben met de introductie van ONS en YSIS de keuze gemaakt voor twee elektronische dossiers. Nu na iets meer dan een jaar zien we dat de wisselwerking tussen twee systemen en daarmee de wisselwerking tussen zorgteams en behandelaren maar ook tussen beide groepen en de backoffice, erg ingewikkeld is en risico’s met zich meebrengt in zaken als overdracht, compleetheid van informatie, administratieve last voor medewerkers in de zorgteams, maar ook datagedreven werken in de weg staat. Careyn heeft daarom een moeilijke keuze gemaakt: YSIS zal in 2026 worden uitgefaseerd.


Het nieuwe ECD: Elektronisch dossier en methodisch werken
We spraken kwaliteitsverpleegkundige Jet Verschoor, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de invoering van het nieuwe ECD. Met een dubbele rol in het project heeft zij niet alleen de werkgroep zorginhoudelijk ondersteund, maar ook actief bijgedragen aan de inrichting van het nieuwe systeem.
Een dubbele rol in het project
“Mijn rol in het ECD-project was tweeledig,” vertelt ze. “Ik heb onze locatiemanager Geja Lohman ondersteund als voorzitter van de werkgroep zorginhoud en behandeling. Deze werkgroep was verantwoordelijk voor de inrichting en werkafspraken van ONS en Ysis. Later werd deze werkgroep omgevormd tot het kernteam, waar we ons richtten op vraagstukken die door professionals werden aangedragen. We hebben ook verschillende processen geharmoniseerd, zoals de gesprekken rondom zorgplannen en multidisciplinaire overleggen. Daarnaast heb ik inhoudelijk bijgedragen vanuit mijn rol als Kwaliteitsverpleegkundige.”

Voordelen voor cliënt en medewerker
Het nieuwe dossier heeft veel opgeleverd voor zowel cliënten als medewerkers. “Het is een eenvoudig en gebruiksvriendelijk systeem voor medewerkers van alle niveaus. Ze kunnen nu in één systeem hun rooster inzien, uren accorderen en cliëntgegevens bekijken. Voor cliënten is er niet veel veranderd ten opzichte van het vorige ECD, maar ze hebben nu wel de mogelijkheid om berichten te sturen naar de zorg.” Een van de voordelen van het nieuwe systeem is de verbeterde communicatie met mantelzorgers. “Careyn biedt de mogelijkheid om via berichten te communiceren. Mantelzorgers kunnen vragen stellen aan de zorg, en de zorg kan hierop reageren. Dit wordt wisselend gebruikt. Het nadeel is dat de zorg geen melding krijgt als er een bericht is achtergelaten, dus ze moeten dit actief in het dossier bekijken. Het is een fijne manier van communiceren voor kleine, niet-urgente zaken.”
Lessen en verbeterslagen
De introductie van ONS heeft ons veel geleerd. “Het is vooral fijn dat we nu intra- en extramuraal in hetzelfde dossier werken. Dit zorgt voor meer samenhang in de zorg.”
Kijkend naar de toekomst, zijn er nog verbeterpunten. “Nu we afscheid nemen van Ysis, moeten we nieuwe dingen inrichten en afspraken maken, zodat we multidisciplinair kunnen werken in één ECD. We zien dat medewerkers het werken in ONS steeds meer ‘eigen’ maken, maar we moeten aandacht blijven houden voor methodisch werken. Het rapporteren via het zorgplan in plaats van via algemene rapportages is nog een aandachtspunt, zodat we doelgericht kunnen rapporteren.”

Daarnaast zijn er nog enkele belangrijke verbeterslagen te maken. “Het wegzetten van de Wet Zorg en Dwang in het dossier is een punt waar momenteel aan gewerkt wordt door een werkgroep. Ook het afsluiten van de zorg als een cliënt van extramuraal naar intramuraal gaat of andersom, behoeft nog aandacht. Als een dossier niet goed afgesloten wordt, zoals het afsluiten van vragenlijsten of zorgplannen, kan dat problemen opleveren aan de andere kant.”
Anders werken
M
et anders werken bedoelen we de werkprocessen anders organiseren: in 2024 hebben we een experiment gedaan om goed in kaart te brengen welke werkprocessen er nu allemaal op een afdelingen of binnen een team zijn en hoe we die slimmer kunnen organiseren.
We hebben gekeken naar taakverdeling, samenwerking, maar ook naar werkdruk (niet iedereen hoeft per se hetzelfde meer te doen), maar ook naar regelruimte. Hoe bieden we meer mogelijkheid voor medewerkers om zich verder ontwikkelen in hun specifieke taken en verantwoordelijkheden, doordat er verschuiving in taken kan plaatsvinden?

Taakdifferentiatie: efficiëntie en kwaliteit in de zorg
Welke taken worden momenteel uitgevoerd, en welke taken horen daadwerkelijk bij een functie? Dat is de kern van taakdifferentiatie. Kwaliteitsverpleegkundige Salma van der Veld onderzocht dit samen met haar collega’s: “We krijgen steeds minder medewerkers met niveau 3 en 4. Daarom hebben we gekeken: kunnen we bijvoorbeeld medewerkers met niveau 1 laten helpen bij het wassen, zodat niveau 3 zich kan richten op andere zorgtaken?”
Salma ziet dat de zorg steeds complexer wordt, terwijl ervaren krachten met niveau 3 en 4 schaarser worden en veel medewerkers met pensioen gaan. Tegelijkertijd neemt de zorgvraag toe: “Taakdifferentiatie brengt meer overzicht en efficiëntie, zowel voor de cliënt als voor de medewerker.”
Meer taakvolwassenheid en werkplezier
Een ander voordeel van taakdifferentiatie is dat collega’s meer taakvolwassen worden. “Als een medewerker beter in zijn of haar vel zit en meer initiatief durft te nemen, heeft dat direct invloed op de kwaliteit van zorg. Bovendien wordt het werk leuker als je meer verantwoordelijkheid krijgt.”

Een concreet voorbeeld is de wondroute: “Net als in de thuiszorg willen we verzorgenden specifiek inplannen voor wondzorg, zonder dat ze tussendoor andere zorgtaken hebben. Zo kunnen zij zich volledig focussen op de cliënt, zonder afleiding van telefoontjes of andere werkzaamheden. Dat komt zowel de medewerker als de cliënt ten goede.”
Salma hoopt dat dit verder wordt doorgevoerd, bijvoorbeeld met een medicatieroute: “Door medewerkers specifieke verantwoordelijkheden te geven, verhogen we niet alleen de efficiëntie, maar ook de kwaliteit van zorg.”

8. Anders wonen
Pijler 5
Careyn streeft ernaar dat al onze locaties hoogwaardige, gespecialiseerde zorg en ondersteuning bieden aan cliënten met complexe zorg-, begeleidings- en behandelingsvragen. Waar er bij zorg en behandeling zingeving en welzijn centraal staat. Dit heeft als doel om cliënten te ondersteunen in het vinden van betekenis, levenskwaliteit en persoonlijke voldoening. Onze locaties moeten daarnaast een veilige, duurzame, betrouwbare en aangename zorgomgeving zijn die voldoet aan de huidige kwaliteits- en veiligheidsnormen. Tot slot, we realiseren een circulaire en duurzame organisatie vóór 2030. We kijken bij nieuwbouw naar de manier waarop nieuwe zorggebouwen en faciliteiten worden ingericht met de nieuwste digitale technologieën en systemen.
Per november 2025 openen we bij Careyn de deuren van onze zorglocaties met het project Leven in Vrijheid. Anneke Vietje is als manager zorg van het Maarssen Snavelenburg vanaf het begin betrokken. “Het is een belangrijke verandering die we dit jaar verder vorm gaan geven voor al onze locaties.” We gingen met Anneke in gesprek hoe het op haar locatie aan toe gaat.
Spannend
“We hebben hier onlangs gesprekken voor georganiseerd met mantelzorgers en families. Uiteindelijk zal Leven in Vrijheid ervoor zorgen dat wonen in onze zorglocatie aanvoelt als thuis. Maar wat betekent dat dan? Door het gesprek aan te gaan, ontdekten we dat er veel vragen en aannames leven. Mantelzorgers zijn bereid mee te denken en hebben ook zorgen. Want wat als je moeder de deur uitloopt en wordt aangereden, wie is daar dan verantwoordelijk voor? Verder merken we dat deze zorgen ook bij de zorgprofessional heersen, omdat ook zij zich verantwoordelijk voelen.”
Meenemen
De stap naar Leven in Vrijheid kost tijd. Anneke neemt de collega’s en teams graag mee in deze verandering en luistert goed naar de vragen die er leven. “Met Leven in Vrijheid willen we voor iedereen open deuren creëren, maar als dat gevaarlijk is, sluiten we de deur voor die persoon. Dit vraagt om een andere manier van denken, omdat we juist gewend zijn om risico’s te vermijden; een belangrijke mindshift. Daarom willen we meer werken vanuit vertrouwen in plaats van angst. En alhoewel risico’s bij het leven horen, willen we zo voorzichtig mogelijk omgaan met de vrijheid van onze bewoners.” Volgens Anneke is het organiseren van inspiratiebijeenkomsten een belangrijke stap hierin.
Het doel van Leven in Vrijheid gaat verder dan alleen ‘deuren open te zetten’; het is allesomvattend. “We vinden het belangrijk dat bewoners de regie over hun eigen leven kunnen houden, ook als ze dementerende zijn. Wat dan als iemand het liefst tot half twaalf in hun bed wil blijven liggen? Of liever niet elke dag wil douchen? Dit kan soms lastig zijn voor medewerkers. Het uitgangspunt is dat iedereen zijn eigen normen en waarden heeft. In de begeleiding van onze bewoners sluiten we hierbij aan.”
Familieavonden
Om open te zijn over wat er speelt en om vragen te beantwoorden heeft Anneke familieavonden georganiseerd met de zorg, behandelaren en management erbij. “We willen dat iedereen zich betrokken voelt. Laatst kwam een zoon van een bewoner naar ons toe en vertelde hoe blij hij was met de extra uitleg. Daarnaast bespreken we Leven in Vrijheid nu ook tijdens het zorgleefplan bespreking en bij nieuwe opnames zodat we hier al eerder over informeren. Ook als locatie vragen we wat van de gemeente en de omgeving, want hoe gaan we hier als medeburger mee om? Wijkagenten worden ook betrokken in dit proces, bijvoorbeeld door buurtavonden.”
Gelukkig zijn de zorgmedewerkers en de behandelaren blij met de aandacht voor het onderwerp. Anneke: “Ik merk dat het belangrijk is om samen te werken aan een cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om ideeën te delen en bij te dragen aan de zorg. Door écht te luisteren kunnen we onze medewerkers, mantelzorgers en medewerkers het vertrouwen geven dat het goed zal komen. Zelfs als we nog niet helemaal weten hoe dat eruitziet.”

De nieuwbouw en verbouw van locaties
Dit jaar is de officiële start van ‘Careyn Vernieuwt Woonlocaties’. Dit programma bouwt aan moderne, doordachte en duurzame huisvesting die aansluit bij de zorgvraag van morgen, waar bewoners, naasten én medewerkers zich thuis voelen.
Mensen wonen langer thuis, geholpen door hun naasten, vrienden of onze thuiszorgprofessionals. Maar het moment kan komen dat door omstandigheden thuis wonen niet meer gaat. Onze bewoners verwachten gewoon goede zorg en aandacht en willen zo lang mogelijk leven op een manier die ze gewend zijn, ook als niet alles nog even makkelijk gaat. Een leuke, betekenisvolle dag voor bewoners én medewerkers is minstens zo belangrijk – zo niet belangrijker – als goede zorg. Deze verwachtingen stellen andere eisen aan onze gebouwen. Daarom is er het programma ‘Careyn Vernieuwt Woonlocaties’.

Met dit programma investeert Careyn in de toekomst van ouderenzorg waarin de woonlocaties zijn aangepast aan wensen en eisen van de bewoners en waar onze medewerkers fijn, veilig, goed en duurzaam werken. In de gebouwen is volop ruimte voor innovaties en we werken graag samen met naasten, direct betrokkenen en netwerken in de zorg om de mensen die ons lief zijn een mooie tijd van leven te geven.
De eerste verbouwingen van de woonlocaties beginnen eind dit jaar. Twee locaties zitten in de eerste fase van Careyn Vernieuwt Woonlocaties: Rosendael en Nieuw Tamarinde. Om tot een keuze over te gaan om welke locaties te verbouwen, is een zorgvuldig en weloverwogen proces geweest. Zo is er een technisch onderzoek geweest, gekeken naar renovatie versus nieuwbouw, maar is er ook gekeken naar juridische kaders en onderhoudskosten.
Wat dit betekent voor de cliënten verschilt per locatie. Het kan nog wel even duren voordat zij hier iets van merken, maar vaak betekent het dat ze gaan verhuizen. Cliënten worden op de hoogte gehouden.

9. Reflectie
Hoe Careyn organisatie systematisch werkt aan kwaliteit
‘Kwaliteit is van ons allemaal’
Vorig jaar is ons programma ‘Kwaliteit is van ons allemaal’ op stoom gekomen. Dit programma draait om onze veranderde visie op kwaliteit. Careyn heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet en nu is het tijd om samen te kijken naar wat wij belangrijk vinden. We hebben zes uitgangspunten bepaald voor nu en de toekomst.
De kern is dat we doen wat van waarde is voor de cliënt. We zijn en blijven continu in dialoog met de cliënt en diens naasten door het voeren van het ‘open gesprek’. Daarnaast doen we ook wat van waarde is voor het team. Onze professionals weten als geen ander wat nodig is om goede zorg te leveren, en we moeten hen daarin zo goed mogelijk ondersteunen. Door cyclisch samen te reflecteren en te leren, maken we expliciet we wat zij nodig hebben om waardevolle zorg te bieden.
Dit programma gaat over een beweging waarin dialoog en leren centraal staan op alle niveaus binnen de organisatie: cliëntniveau, teamniveau en organisatieniveau. Het draait niet meer om het afvinken van lijstjes, maar neemt als vertrekpunt het ‘open gesprek’ met de cliënt.
We gebruiken ‘telinformatie’ en nieuwe indicatoren om het gesprek binnen de teams te ondersteunen en te leren maar niet meer als afvinkmechnisme. Het ‘vertellen’ staat centraal in hoe we binnen Careyn praten en sturen op kwaliteit.
Met het programma ‘Kwaliteit is van ons allemaal’ gaan we dit verder uitwerken. Echte inbedding kost tijd, omdat het een andere benadering van kwaliteit vraagt. Er zijn twee werkgroepen actief binnen het programma: één voor het ‘open gesprek’ en één voor de ‘kwaliteitsreflecties’ binnen de teams. We werken in 2025 aan een leidraad voor het ‘open gesprek’ en ondersteunen medewerkers met goede voorbeelden en praktische tools om ook binnen teams er leren. We onderzoeken tegelijk hoe we uitkomsten van het open gesprek kunnen gebruiken om weer binnen teams van elkaar te leren.



9.1. Instrumentaria kwaliteit
Audits, themaweken, methodisch werken en indicatieproces
Binnen Careyn hebben we elk jaar een aantal terugkerende thema’s die we met veel enthousiasme aanpakken. We besteden voortdurend aandacht aan medicatieveiligheid, infectiepreventie en (on)vrijwillige zorg. Door de resultaten van onze inspanningen te integreren in thematische weken, leren we snel en passen we de uitkomsten direct toe in de praktijk.
Ons interne audit-team, bestaande uit bijna 30 collega’s die naast hun reguliere functie ook getrainde interne auditoren zijn, voert jaarlijks zo’n 35 tot 40 audits uit op diverse processen. Dit is niet alleen leerzaam voor de geauditeerde teams of afdelingen, maar ook voor de auditoren zelf. Het biedt een unieke kans om een kijkje in de keuken van anderen te nemen.
Deze audits leveren niet alleen verbeterpunten op voor specifieke thema’s en processen, maar ook Careyn-brede verbeteringen. Bovendien bevorderen ze de verbinding tussen collega’s doordat er organisatiebreed wordt geauditeerd. Na de evaluatie in 2024 richten we ons in 2025 op het verder verbeteren van de deskundigheid van onze auditoren, zodat zij nog beter uitgerust zijn voor hun taak.

Een escaperoom over medicatieveiligheid
Kennis delen met plezier én competitie
Drie keer per jaar organiseren kwaliteitsverpleegkundigen een themaweek over onderwerpen als hygiëne en infectiepreventie, de Wet zorg en dwang, en medicatieveiligheid. Over dat laatste onderwerp mochten Anne-Wil de Haan en Jet Verschoor zich buigen. Zij vonden een creatieve manier om leren en plezier te combineren: een escaperoom.
Teambuilding en leren tegelijk
Anne-Wil: “Met een escaperoom hoeven collega’s zich niet voor te bereiden, het kost weinig tijd, maar ze leren veel én het is een teambuildingmoment.” De escaperoom werd gehouden in Utrecht-West, maar is op elke locatie toe te passen. Het enige wat nodig is, is een ruimte dicht bij een printer waar vier personen samen kunnen werken. “Iedereen deed mee. Wij keken via Teams mee om tips te geven.”

Spel en competitie
De collega’s kregen verschillende opdrachten, zoals een rebus, een cryptogram met medicatievragen en het koppelen van medicatie aan organen. De teams werkten op hun eigen manier: sommigen verdeelden de taken, anderen losten alles samen op. “We hielden de ranking bij en dat zorgde wel voor competitie…”De escaperoom bleek niet alleen leuk, maar ook effectief. Door samen te werken en medicatievraagstukken op te lossen, steeg het kennisniveau. Anne-Wil en Jet schreven een handboek met een stap-voor-stap uitleg, zodat ook andere locaties de escaperoom kunnen organiseren.

9.2. Leren van incidenten
Vorig jaar hebben onze medewerkers binnen Careyn maar liefst 31.676 (bijna) incidenten gemeld. Deze meldingen kunnen over alles gaan, waarbij zowel cliënten als medewerkers betrokken zijn. Elk team behandelt de meldingen zorgvuldig. Elke melding wordt bekeken en beoordeeld voor verdere actie en is een terugkerend onderwerp in teamoverleggen.
Careyn heeft een solide basis om cyclisch te leren van incidenten, maar er is altijd ruimte om nog meer van elkaar te leren. In de extramurale zorg is het soms nog een uitdaging om leerpunten teamoverstijgend te benutten. Daarnaast zien we gezien de hoeveelheid meldingen en de bereidheid om te melden, dit ook administratieve tijd kost.
In 2025 gaan we ons richten op het vereenvoudigen van het meldproces en onderzoeken hoe we het teamoverstijgend leren beter kunnen benutten. Dit sluit perfect aan bij ons programma ‘kwaliteit is van ons allemaal’.

Omgaan met ethische kwesties binnen het team
Er komen soms incidenten voor op de werkvloer waar we van kunnen leren. Zeker wanneer de incidenten aardig wat impact opleveren binnen het team en de afdeling, zoals op de locaties de Ark, te Wateringen. Hier speelde een complexe situatie. Locatiemanager Sacha Blom vertelt er meer over.
Kun je iets vertellen over het incident?
Sacha: “We hadden een ingewikkelde situatie tussen een vrijwilliger en een bewoner met beginnende dementie. Dit bracht dit veel morele dilemma’s met zich mee. Want hoe ga je hiermee als team mee om? Er speelde zorgen binnen het team en dit was erg lastig.”

We hebben een onderzoek gestart naar deze gehele situatie door interviews te houden met alle betrokkenen, en hebben moreel beraad gehouden met de medewerkers onder begeleiding van een geestelijk verzorger. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft geconcludeerd we het onderzoek heel uitgebreid hebben uitgevoerd.”
Wat heeft dit incident jullie geleerd?
“Het team voelde zich gelukkig erg serieus genomen. We hebben geleerd dat we niet onderschatten wat zoiets met de medewerker doet. Verder moeten we bij zo’n incident op zoek gaan naar feiten. Wat ik ook geleerd heb is dat je best mag luisteren naar je onderbuikgevoel. Verder zouden we de ethische dilemma’s in het werk vaker en eerder kunnen bespreken.
Ik denk dat dat één van de successen is geweest dat is dat het me gelukt is om redelijk neutraal te blijven, ook zonder oordeel de vrijwilliger te woord te staan en, zonder oordeel over mevrouw, te benaderen. Zo hebben we met elkaar (de zorg, de vrijwilliger en de cliënt) kunnen bepalen hoe hier mee om te gaan. Het is dan ook fijn dat de IGJ zo complimenteus was over hoe grondig ons onderzoek was.”

9.3 Cliëntervaringen meten
Careyn is met alle afdelingen en teams te vinden op ZorgKaartNederland, waar cliënten en/of naasten een waardering kunnen schrijven over hun ervaringen. Careyn heeft daarnaast een eigen cliëntervaringsinstrument die afdelingen en teams gebruiken om cliëntervaringen uit te vragen. We zien dat dit lokaal input geeft om in gesprek te gaan met cliënten en/of naasten, maar dat de wijze van uitvragen en periode waarover we dit doen varieert. Careyn heeft daarom een uniforme wijze aangenomen waarbij het onafhankelijk meten centraal staat. Zo werken we in 2025 op een eenduidige manier en hopen we op deze manier ook dat de opbrengst om Careyn-breed te leren vanuit dit instrument beter te benutten.






